Door Marian Husken
Een drugshandelaar als columnist. Halverwege de jaren '90 wond men zich daarover op. Sommige abonnees zegden op omdat hasjbaron Charles Z. (Zwolsman) zijn zegje mocht doen in dit weekblad. Hoofdredacteur Joop van Tijn werd gebeld door gerenommeerde collega's van buitenlandse bladen die hem om commentaar vroegen. Het wás te verdedigen: VN koos met deze columnist voor hoor en wederhoor in de zogenaamde 'IRT-affaire', een juridisch schandaal dat zijn weerga niet kende.
Onder het motto 'het doel heiligt de middelen' hadden politie en justitie vanaf 1990 de hulp ingeroepen van criminele infiltranten om grote drugsbaronnen te kunnen oppakken.
Er waren met medeweten van de overheid tonnen softdrugs 'doorgeleverd' in de hoop de grote hasjbaronnen over te halen tot de handel in harddrugs. En uitlokking is verboden.
Zwolsman, veroordeeld voor hasjtransporten uit Marokko, was in afwachting van zijn hoger beroep. Hij claimde dat hij was uitgelokt. De parlementaire enquêtecommissie die in 1995-1996 onderzoek deed naar de ontspoorde politiepraktijk had ook het Zwolsman-dossier op de agenda staan.
De verhoren werden dagelijks uitgezonden op de tv. Een aantal opsporingsambtenaren liet aantoonbaar niet het achterste van de tong zien. Anderen beriepen zich bij precaire vragen op een slecht geheugen. 'Politie en justitie moeten het eerlijk spelen, maar een aantal maakt er een potje van,' schreef Zwolsman vanuit zijn cel. Dat werd hem niet in dank afgenomen.
De eerste keer werd zijn brief al door de autoriteiten onderschept. Aan de hand van korte telefoongesprekken uit de gevangenis kon het stukje nog vlak voor de deadline worden gereconstrueerd. Vanaf die keer speelde een 'meneer De Boer' voor 'postduif'.
Hij deed alleen in hasj, deze zoon van een Amsterdamse havenarbeider. Wel in het groot, daar was hij zelfs trots op, zei hij. Softdrugs werden in Nederland immers gedoogd. Hij verdiende goed en bekostigde zijn hobby ermee: autoracen.
Zwolsman wond zich erover op dat zijn aanhouding voortijdig was doorgegeven aan de NOS. Die had kunnen filmen toen het arrestatieteam bij hem binnenviel. De politie was duidelijk trots dat ze de ongrijpbare hasjbaron eindelijk had opgepakt. Zwolsman zou de racerij en zijn handel in oldtimers gebruiken voor de drugssmokkel en het witwassen van crimineel geld.
Journaalbeelden van een riante Gooise villa en een colonne sportauto's moesten het justitiële succes onderstrepen.
Nog kwader was Zwolsman over het onderzoek zelf. Tijdens het hoger beroep kwam boven tafel dat de politie zich niet aan de regels had gehouden. Dat bleek uit stukken die afkomstig waren van criminelen. Die hadden contra-observaties uitgevoerd en opsporingsambtenaren afgeluisterd.
Enkele media, waaronder Vrij Nederland, publiceerden deze 'maffiatapes'. NRC en Het Parool vonden dat je misdadigers niet als bron mocht gebruiken: 'onderwereld-pr'. Maar deze prehistorische WikiLeaks bevatten onthutsende transcripties van onderlinge telefoongesprekken van rechercheurs.
Medeverdachten van Zwolsman bleken zwaar onder druk gezet. Een van de rechercheurs zei dat de officier van justitie het 'niet fair' speelde. Pas na vele verhoren van Zwolsmans advocaat Piet Doedens gaf de onderzoeksleider toe dat sommige opsporingsregels waren overtreden.
Het hof vond dat de politie weliswaar buiten zijn boekje was gegaan, maar omdat men dit had opgebiecht, waren deze 'vormfouten' niet zo ernstig dat Zwolsman naar huis mocht. Hij kreeg voor zijn drugstransporten van 1989 tot 1992 vijf jaar gevangenisstraf. Met dit Zwolsman-arrest werd rechtsgeschiedenis geschreven. De jurisprudentie wordt nog steeds gebruikt in vergelijkbare zaken.
Lees verder Vrij Nederland.
Lees ook:
De onderwereld-pr van Charles Zwolsman